Omdat ik vakantie had vond ik dat het tijd was. Eerder dan écht nodig maar nu zou ik er ‘toe in staat’ zijn, dacht ik.
Toch zag ik er enorm tegenop. Er kon – in mijn ogen – van alles misgaan of niet goed zijn en ik had de eerste dagen ook elke keer weer een smoes om het niet te doen.
Bijvoorbeeld omdat ik te laat was opgestaan, het te warm was, het regende, er heel veel wind was, de kleding die ik aan wilde in de was zat, ik mezelf er niet goed uit vond zien of – wat dan nog wel een ‘geoorloofde’ reden was – er stond al wat anders op de planning.
Tot op die ene dag.
Ik logeerde bij mijn moeder en terwijl ik deed alsof ik alle tijd van de wereld had en er niks aan de hand was, was ik me mentaal aan het voorbereiden.
Ook zocht ik op aan welke eisen er volgens anderen voldaan moest worden en in welk tijdsbestek het die dag überhaupt mogelijk was.
Voordat mijn tas gecheckt moest worden, verbleef ik eerst nog een tijd in de badkamer.
Natuurlijk wilde ik er altijd goed uitzien maar deze keer mocht er eigenlijk geen enkele oneffenheid of sprietje haar dat de verkeerde kant op zat te zien zijn.
Al zou er dan wat irritant kunnen zitten, dat moest dan maar want zo’n kans zou ik niet gauw nog een keer krijgen.
Toen mijn gevoel zei dat het goed was stapte ik op mijn fiets op weg naar een plek waar ik na deze dag hopelijk heel lang niet meer zou hoeven komen. In ieder geval niet voor dezelfde reden als die ik nu had.
Eenmaal bij de fietsenrekken in de buurt van waar ik moest zijn, zette ik mijn fiets neer en bekeek ik mezelf in mijn fietsbel.
Met een zakdoek probeerde ik mijn haar weer in het gareel te krijgen na de fietstocht. Even was ik geneigd om terug te gaan, want het huilen stond me nader dan het lachen.
Toch voelde ik dat ik het móest doen. Langs de winkels en een onverwacht stuk braakliggend terrein, kwam ik uiteindelijk terecht bij de fotowinkel.
Ik werd vriendelijk begroet en mocht alvast naar de hoek lopen waar ik alsnog even een laatste check van mijn uiterlijk kon doen.
Ik was tevreden (genoeg).
De fotograaf maakte eerst een vrolijke foto om het licht te controleren en dat zag er goed uit.
Dit kon niet meer misgaan, dacht ik.
Tot hij zei dat er een plukje van mijn haar de verkeerde kant op zat en vroeg of ik dat even goed kon doen.
“Eh, eigenlijk niet”, dacht ik. Want ik ging dat echt niet met mijn ‘vieze’ handen doen.
Toch moest het dus pakte ik mijn zakdoek uit mijn zak en zei tegen de fotograaf: “Ik doe het even zo, hoor.”
Hij verblikte of verbloosde er niet bij en maakte binnen een paar seconden een goede pasfoto.
Ondanks dat ik me schaamde voor de ‘zakdoeksituatie’ rekende ik verder tevreden af en liep zo snel mogelijk weer terug naar mijn fiets.
In de hoop dat de fotograaf zelf geen fotografisch geheugen heeft…
Reactie plaatsen
Reacties