Het was alsof ik tot de orde werd geroepen. Dat ik ergens verantwoording voor af moest leggen.
Alsof ik een leerling was op een middelbare school die in afwachting was van een mogelijke berg strafwerk of moest nablijven en moest uitleggen waarom ik me zo ongewenst had gedragen.
Als een student op de universiteit die zijn thesis met man en macht moest verdedigen om dat diploma binnen te kunnen slepen.
Of als een verdachte in het strafbankje die voor de rechter zijn onschuld moest bewijzen.
Zelfs iemand uit mijn netwerk (in dit geval mijn moeder) werd geacht erbij aanwezig te zijn.
Terwijl ik ervan uitging dat dit een goed begin zou zijn van een lange weg die me, zoals ik via via had gelezen en gehoord, zou leiden naar een leven waarin ik me vrijer en zorgelozer zou voelen.
In tegenstelling tot dat goede begin, moest ik me inhouden om niet te gaan huilen. Al voelde ik de tranen achter mijn ogen opkomen en klonk er een trilling in mijn stem, ik gaf er niet aan toe.
Ik hoorde het relaas van één van mijn gesprekspartners gelaten aan en begon langzaamaan te denken dat mij verteld zou worden dat ik hier niet op mijn plek zou zijn.
En zou dat wel zo zijn, dan zou ik hard(er) moeten werken!
Af en toe probeerde mijn moeder nog ‘de helpende hand’ te bieden maar de moed leek me steeds verder in de schoenen te zakken.
Tot… het einde van het gesprek begon te naderen.
Er werd gemeld dat één van de gesprekspartners zo streng was zodat het voor mij gewoon duidelijk was wat ik kon verwachten.
Daarnaast werd er een volgende afspraak gemaakt voor een plan.
Nog even en de intensieve therapie tegen de dwang en smetvrees gaat beginnen.
Hopelijk met goed resultaat, maar we gaan het in ieder geval proberen.
Reactie plaatsen
Reacties