Hoe meer en vaker ik me erin verdiepte, hoe meer ik ervan overtuigd raakte dat er iets niet goed zat.
En dat er iets moest gebeuren.
Het was niet zo dat er niks meer mee te beginnen was, maar het zag er ook niet uit alsof het ooit nog een groot succes zou kunnen worden.
Er zat van alles in maar er was ook al veel uit elkaar gevallen.
Hoe meer ik onderzoek deed naar hoe er het beste uit te halen was en hoe er weer het beste van te maken was, hoe onprettiger ik me eigenlijk begon te voelen.
Ik werd bijna misselijk van wat mij onder ogen kwam.
Toch zou ik proberen om dit op een goede manier te reorganiseren. Dat had ik met mezelf afgesproken, zo deed ik ook wat terug voor een ander. Want hoewel het eigenlijk niet mijn ‘pakkie an’ was, had ik er wél regelmatig mee te maken en vond ik het zonde dat het zo was gelopen.
Ik begon met de ontruiming. Eerst moesten de ergste problemen aangepakt worden, zodat er weer met een schone lei begonnen kon worden.
De bezem moest door de organisatie. Of beter gezegd: meerdere schoonmaakdoeken.
Daarna deed ik wat informatie op over de verschillende afdelingen en ‘etages’ en begon ik met de nieuwe indeling.
De ‘gelukkigen’ met wat meer ervaring in hun gebied, werden op de tweede verdieping geplaatst, samen met de ‘oude rotten in het vak’ die nog goed genoeg waren. Voldeden deze ‘oude rotten’ niet meer, dan was het voor hen tijd om met pensioen te gaan.
De ‘nieuwelingen’ en wat meer onervaren leden werden geplaatst op de eerste verdieping.
Welke het meest met elkaar te maken hadden, werden ook het dichtst bij elkaar gezet.
En zo werd het langzaam een georganiseerd en weer fris ogend geheel waarin je zonder enig probleem kon vinden wat je nodig had.
Én waar ik ook weer met plezier naar kon kijken….
De twee onderste keukenlades bij mijn moeder thuis.
Reactie plaatsen
Reacties