Plaatsje erbij

Gepubliceerd op 17 mei 2026 om 08:30

Als ik iets van plan ben, hoop ik er stiekem op. 
Als ik ergens heen ga, hoop ik er stiekem op. 
Als ik ergens een afspraak heb, hoop ik er stiekem op. 

Hoewel ik vaak een deel van wat me te wachten staat in eigen hand heb, ben ik er nooit helemaal zeker van dat er ook is waarop ik hoop.

Ik zou het eigenlijk ook wel naar mijn hand kúnnen zetten maar dat zou ik – degene die niet snel ergens meer van opkijkt – zelfs raar vinden.

De reden niet, maar om daarmee een bepaalde suggestie te wekken en misschien zelfs wel meer te moeten betalen voor een extra zekerheid, is buiten alle proporties.

In het ergste geval kan er in ‘noodgevallen’ nog uitgeweken worden naar een andere oplossing maar dit kan bepaalde activiteiten ook oncomfortabeler maken.

En zou ik dan het ene probleem oplossen, misschien maak ik dan wel een probleem op een andere plek.

Toch gun ik het hem én mezelf dat er voor hem ook een plaatsje is wanneer die er voor mij ook is. Bijvoorbeeld wanneer ik uit lunchen ga of een dagje op pad ga met de trein.

Want het is niet zomaar wat om zo vaak mijn spullen te moeten dragen.

En ook al weet ik dat hij er voor gemaakt is, nooit commentaar heeft en gewoon gaat zitten, liggen of blijft staan waar ik hem achterlaat, ergens kan ik het nauwelijks verdragen als hij als een soort sloof een plekje op de grond toebedeeld krijgt.

Daarom hoop ik in elke eetgelegenheid, in de trein, auto of waar dan ook dat we boffen en er toevallig ook een stoel voor hem is.

Zo loopt zijn onderkant, of in het ergste geval wanneer hij omvalt, zijn zij-/voor- of achterkant niet onnodige vlekken, bacteriën of andere vieze dingen op.

Maar als ik er wat langer over nadenk, bedenk ik me dat ik mezelf met die gedachte  af en toe ook een beetje voor de gek houd. Want is er geen plaatsje voor hem op een stoel en kan hij tijdens zoiets als een lunch ook niet op schoot, dan is het eigenlijk ook geen ramp.

Want ook al staat hij altijd voor mij klaar en heeft hij in mijn eigen woning en bij mijn moeder wel een eigen plek, die bevindt zich ook gewoon op de grond.

En ik gebruik mijn – in ieder geval ogenschijnlijk onberispelijke - tasje er geen enkele keer minder om.

 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.