Ik weet niet meer precies wanneer hij in mijn leven kwam. Wel dat hij al heel lang bij mij is.
Vaak gaat hij met mij mee op pad. Als ik met de fiets ga, gaat hij áltijd mee.
Is het goed (genoeg) weer om te fietsen, dan blijft hij lekker zitten of liggen op zijn eigen plekje. Maar legen de wolken zich boven mijn hoofd, dan vliegt hij van zijn plek af om mij te beschermen.
Ook al waait het hard en is fietsen amper mogelijk, hij wil zijn taak goed volbrengen. Soms moet ik hém daardoor zelfs beschermen, zodat hij niet door de wind gegrepen wordt en niks breekt of kneust.
En ook al doen we ons best, we komen helaas niet allebei altijd helemaal ongeschonden uit de strijd.
Zo had hij lange tijd ook een maatje. Dit maatje was eerder bij mij maar werd zichtbaar ouder en zou, met name de barre fietstochten, misschien niet overleven. Daarom kwam de nieuwe ‘vriend’ er, voor als de ander het niet aan zou kunnen.
Sinds een aantal jaar ging het niet meer en mag zijn maatje nu bij mijn moeder wonen. Daar ligt hij dan meestal rustig te wachten tot wij weer langskomen en kijken hoe het met hem gaat.
Maar sinds een aantal weken merk ik dat het ook voor de ‘nieuweling’ zwaar begint te worden. Al die jaren door weer en wind beginnen hem – ook bijna letterlijk – op te breken.
Na gedane arbeid gaat hij niet meer zo makkelijk zitten of liggen op zijn eigen plekje bij mijn fiets. Hij heeft moeite zich te bewegen en zijn vleugels uit te slaan of terug te vouwen.
Hij heeft last van pigmentvlekken en zijn voorkant hangt wat meer waardoor ik soms bij een windvlaag een klap tegen mijn hoofd krijg.
En elke keer dat ik hem vasthoud lijkt hij viezer.
Eigenlijk begint hij steeds meer weg te hebben van een stervende zwaan.
Een blauwe stervende zwaan.
Gelukkig heb ik nog een nieuwe opvolger op voorraad.
Binnenkort ga ik de natte weersomstandigheden daarom maar tegemoet met een ander ‘beessie’, een paraplu met zebraprint.
Reactie plaatsen
Reacties