Het worden twee teams. Eigenlijk horen ze bij elkaar maar ze passen niet allemaal in één team.
Om en om worden daarom de leden verdeeld.
Eén gaat naar het linker team, de volgende naar het rechter team, dan weer één naar het linker team, vervolgens één naar het rechter team en zo verder tot ze allemaal verdeeld zijn.
Al vinden ze het prima bij elkaar te zijn, ze kunnen ook in kleine groepjes of even rustig ergens alleen staan.
Ook houden ze van lekker buiten zijn, mits het niet te koud of te warm is, maar ze houden er ook van om in elkaars en ander gezelschap in huis te zijn.
Ze hebben veel met elkaar gemeen: dezelfde komaf, soortgelijke blosjes, hun houding en hun mooie en vrolijke uitstraling.
Ook hebben ze voornamelijk hetzelfde nodig: voeding, aandacht en liefde.
Ook al lijken ze zoveel op elkaar, er blijkt af en toe tóch een enkeling te zijn die nog net wat meer dan de anderen te onderscheiden is van de rest.
Bijvoorbeeld één die zijn koppie laat hangen of één met wat meer of minder bladeren dan de rest. Of één die, net als veel anderen, fier rechtop staat maar waarbij zich onder het wateroppervlak toch een ‘kronkeltje’ bevindt.
Zo’n bloem die mooi is in elke vaas met soortgenoten op de begraafplaats bij mijn opa en oma, maar net zo mooi is in zijn eentje bij hun foto’s.
Bloemen zijn eigenlijk net mensen; samen in teamverband of rustig, alleen op een afstandje van de rest. Alles overwoekerend of juist een stille ‘genieter’.
Niet allemaal perfect, maar zowel samen als alleen goed en mooi zoals ze zijn!
Reactie plaatsen
Reacties