Het lijkt wel of ik er, sinds mijn smetvrees zich steeds meer en meer uitbreidde, steeds banger voor ben geworden.
Het is het idee dat ik niet weet of het gaat gebeuren en wie het me ‘aan zal doen’.
Ook weet ik nooit hoe het precies zal gaan.
Het kan zijn dat het gebeurt als ik het niet verwacht, wat voor heel wat ongemak kan zorgen.
Maar ook als ik er al enigszins rekening mee heb gehouden, kan het mijn dag maken of breken.
Want er zijn verschillende manieren waarop het kan gebeuren.
Het kan hard of zacht, een enkele keer of vaker, als ik ergens net ben binnengekomen of ergens wegga, of zelfs bij allebei.
Het kan gebeuren terwijl iemand – die ik gelukkig wel ken – voorbijloopt of iemand me een hand geeft. Het kan wanneer iemand me zachtjes vastpakt of iemand me in een soort houdgreep vastheeft - wat in andermans ogen dan een knuffel is, maar waar ik nooit meer uit lijk te kunnen ontsnappen – óf het komt me vliegend tegemoet.
Het kan als begroeting, bedankje, felicitatie of omdat het zo schijnt te horen.
Vaak probeer ik het te ontwijken. Dan heb ik daarover in ieder geval de controle.
Daarnaast voelt het ook vaak als iets dat ‘moet’. Het wordt, vind ik, niet altijd meer gedaan van waaruit het eigenlijk bedoeld is.
Maar nog niet zo lang geleden werd het wel gedaan met dat doel.
Hoewel ik er vanuit ging dat het afgedaan zou worden met een schouderklop en een lach, werd het voor mij een moment om nooit te vergeten.
Een mooi moment, ondanks mijn smetvrees.
Want hoewel ik mijn broertje eerst vastpakte en veel plezier en een goede reis wenste, vroeg hij mij het gewoon. Eerst dacht ik dat hij het bedoelde zoals hij het altijd aan mijn moeder vroeg maar hij bleek het juist andersom te bedoelen.
Want nadat ik hem een kus had gegeven als grote zus en omdat ik hem zou missen als hij op vakantie was, gaf hij mij er ook één.
Uit liefde…
Reactie plaatsen
Reacties