Normaal let ik altijd op. Kijk ik schichtig om me heen en luister ik waar zich mensen bevinden.
Soms probeer ik om via een andere route te 'ontsnappen' of juist weer binnen te komen en als dat niet mogelijk is...
Dan wacht ik een goed moment af, probeer ik het te 'verbloemen' met mijn tas(sen) of verstop ik het in de zakken van mijn jas.
Meestal gaat het goed.
Of is het zogenaamd geoorloofd als het wel wordt gezien.
Maar vorige week liep het niet zoals gehoopt.
In een onbewaakt ogenblik werd het gezien, op het moment dat het niet logisch leek.
En niet door zomaar een collega, nee, door één van de collega's met de grootste mond.
Op het moment dat ik het niet aan zag komen vroeg ze - na eerst een quasinonchalante opmerking te maken-: 'Heb jij een ziekte dan ofzo?'.
De radartjes in mijn hoofd begonnen allemaal even heel snel te draaien. En ik dacht na: is OCD een ziekte? En gaat haar dat überhaupt wat aan?
Gelukkig was ik gauw weer bij zinnen en zei ik op een rustige toon wat ik altijd zeg in zulk soort situaties waarom ik handschoenen aan had toen ik in de pauze naar buiten was geweest: 'Ik heb gewoon heel snel last van mijn handen. Door het handen wassen enzo (wat logisch is in ons beroep) en als het dan waait...'.
‘Nou fijne pauze nog!’
Ze moest eens weten. En ook al wist ik dat ze het niet zo bedoelde, ik weet nu ook weer dat ik niet de enige ben die soms iets doet wat een ander niet 'normaal’ vindt.
Reactie plaatsen
Reacties